Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

schedellozen

/ˈsxedəˌlozə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onderstam
    De manteldieren (zakpijpen) en niet de schedellozen (lancetvisjes), vormen de diergroep die het nauwst verwant is aan de gewervelde dieren, waartoe ook de mens behoort.

Etymologie

*schedelloze met uitgang -en