Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
schedellozen
/ˈsxedəˌlozə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een onderstamDe manteldieren (zakpijpen) en niet de schedellozen (lancetvisjes), vormen de diergroep die het nauwst verwant is aan de gewervelde dieren, waartoe ook de mens behoort.
Etymologie
*schedelloze met uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek