scheepslui
meervoud/ˈsxepslœy/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (scheepvaart) mensen die deel uitmaken van de bemanning van een vaartuigDe kleine Karel groeide op met schepen en scheepslui. Hij herkende schepen op grote afstand al. Als kleine jongen bracht hij de vrachtbrieven rond. Hij droomde ervan kapitein te worden.
Etymologie
*, met klinkerwisseling /ɪ/ in /e/
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek