scherm

onzijdig (het)/ˈsxɛrᵊm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. soort van "doek" wat iets anders aan het zicht moet onttrekken, of gebruikt wordt ter bescherming
  2. techniek, informatica (techniek), (informatica) de "monitor" van een toestel
    Hij scrolt ondertussen over het scherm van zijn mobiele telefoon.
    Tot mijn verbazing zie ik de naam van een bekende castingagente op het scherm staan.
  3. techniek, filmkunst (techniek), (filmkunst) een onderdeel van een bioscoop
  4. techniek (techniek) een projectiescherm
  5. een bloeiwijze waarbij alle zijassen (bloemstelen) uit één punt ontspringen

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands """ van Oudnederlands "skirm", in de betekenis van ‘bescherming’ aangetroffen vanaf 1100

Uitdrukkingen

  • achter de schermen

Vertalingen

Fransécran
DuitsSchutzwand, Sonnenschirm, Paravent
Spaanspantalla