scheut
mannelijk (de)/sxøt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een nieuw groeisel aan een plantEr komen allemaal nieuwe scheuten aan wat ik dacht dat het een dode stam was.
- een niet al te goed afgemeten hoeveelheid vloeistof, meestal snel geschonken uit een fles of kanDoe er nog een scheutje jenever bij!
- een snelle, doordringende gewaarwording (-> pijnscheut)
Etymologie
* In de betekenis van ‘loot’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Vertalingen
Engelsshoot
Spaansbrote, retoño, chorro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek