schiefer

mannelijk (de)/ˈsxifər/

Wat is de betekenis van schiefer?

schiefer betekent: (geologie) (bouwkunde) grijs, zacht gesteente dat uit laagjes bestaat, vaak gebruikt voor dakbedekking

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie, bouwkunde (geologie) (bouwkunde) grijs, zacht gesteente dat uit laagjes bestaat, vaak gebruikt voor dakbedekking

Voorbeelden van "schiefer" in een zin

  • Het gebruikt bijna uitsluitend schiefer, een zachte steen, die zich gemakkelijk laat bewerken; wanneer een enkele maal vuursteen bewerkt is, is deze slechts ruw behouwen.

Etymologie

*van "Schiefer"