schieten
/ˈsxitə(n)/
Wat is de betekenis van schieten?
schieten betekent: (ov) een projectiel afvuren met een wapen
Betekenis
werkwoord
- (ov) een projectiel afvuren met een wapen
- (inerg) (sport) de bal een trap geven (bv. in het voetbal) of een slag geven (bv. met een hockeystick)
- (erga) zich snel voortbewegen
- plotseling iets doen
- (plantkunde), (figuurlijk) snel groeien
Voorbeelden van "schieten" in een zin
- Het schieten hield tot mijn grote opluchting snel hierna op.
- Toen de hagel begon neer te komen schoot het gehele gezelschap onder de brug om te schuilen.
- Ik corrigeer mezelf: niet te veel in mijn rol als therapeut schieten, ik hoef me niet in te houden.
- We schieten in de lach.
Etymologie
* In de betekenis van ‘projectiel met werktuig werpen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- als paddenstoelen uit de grond schieten
- een bok schieten
- in de roos schieten
- in het verkeerde keelgat schieten
- in de zijn wiek geschoten zijn
- met een kanon op een mug schieten
- met spek schieten
- onder de duiven schieten
Vertalingen
Engelsshoot
Franstirer
Duitsschießen
Spaanstirar, disparar
Poolsstrzelać, strzelać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek