schietvaardigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin men vuurwapens kan gebruikenBij het trainingscentrum komen agenten elk half jaar voor een schiettoets. Zo wordt de schietvaardigheid van de politiemedewerkers op peil gehouden, meldt NH Nieuws. De politiewoordvoerder laat weten dat wordt onderzocht wat er precies is misgegaan.In Erbil, Noord-Irak, leiden zo'n vijftig Nederlandse trainers Iraaks-Koerdische peshmerga op. De Koerdische strijders kregen training in onder meer schietvaardigheid, leiderschap en het beveiligen van grote gebieden.Algauw waren zijn schietvaardigheden meer dan goed genoeg om lid te kunnen worden van de scherpschietvereniging van de school.
Etymologie
*afleiding van schietvaardig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek