schijfje

/ˈsxɛifjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken) cognacgrog met een plakje van een citroen
  2. informatica (informatica) diskette

Etymologie

*afgeleid van "schijf"

Vertalingen

Spaansrodajita, disquito