schijnen

/ˈsxɛinə(n)/

Wat is de betekenis van schijnen?

schijnen betekent: (copl) zich voordoen, vaak op bedrieglijke wijze

Betekenis

werkwoord
  1. copl (copl) zich voordoen, vaak op bedrieglijke wijze
  2. in constructie met te + onbepaalde wijs: naar verluidt
  3. absol (absol) straling uitzenden

Voorbeelden van "schijnen" in een zin

  • Dat schijnt erg voordelig, maar er zijn veel verborgen kosten aan verbonden.
  • Zij schijnen daar te werken.
  • De zon schijnt 's middags in de achterkamer.
  • Ik zag twee felle zaklampen op een aantal tenten schijnen waar de laatste uren flink wat lawaai vandaan was gekomen.
  • Ik ritste mijn tent weer open en scheen met mijn hoofdlamp onder mijn tentzeil.

Betekenis en uitleg van schijnen

Het woord 'schijnen' verwijst naar het uitzenden van licht of een bepaalde uitstraling hebben. Het kan ook betekenen dat iets lijkt te zijn zoals het is, maar niet altijd de werkelijkheid weerspiegelt.

Je gebruikt 'schijnen' vaak om een indruk of een gevoel te beschrijven dat iemand of iets oproept. Bijvoorbeeld, als je zegt dat het schijnt dat iemand gelukkig is, kan dat betekenen dat ze dat uiterlijk vertonen, ook al is dat misschien niet de waarheid. Het woord kan dus een zekere twijfel of ambiguïteit impliceren.

Voorbeelden

  • De zon begon te schijnen en verwarmde de koude winterlucht.
  • Het schijnt dat hij zijn baan gaat opzeggen, maar ik weet het niet zeker.
  • Haar glimlach deed alles veel mooier schijnen dan het in werkelijkheid was.

Woordoorsprong

Het woord 'schijnen' komt van het Oudnederlands 'skena', wat ook betrekking heeft op het uitstralen van licht.

Veelgestelde vragen over schijnen

Wat is de betekenis van schijnen?

schijnen betekent: (copl) zich voordoen, vaak op bedrieglijke wijze

Hoeveel betekenissen heeft schijnen?

schijnen heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je schijnen in een zin?

Voorbeeld: “Dat schijnt erg voordelig, maar er zijn veel verborgen kosten aan verbonden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘stralen’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Vertalingen

Duitserscheinen, scheinen, scheinen