schikken
Betekenis
werkwoord
- (onpr) goed uitkomenSchikt het je dat we de afspraak naar morgen verschuiven?
- (ov) aantrekkelijk arrangerenDe bloemen waren prachtig geschikt.
- (refl) zich ~ naar een bepaald bewind aanvaarden en zich ernaar aanpassenHij schikte zich maar naar haar nukken, omdat het anders weer flink bonje was.
Etymologie
* In de betekenis van ‘regelen, ordenen’ voor het eerst aangetroffen in 1357
Vertalingen
Engelssuit
Fransconvenir, arranger, soumettre
Spaansconvenir, acomodar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek