schil

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van schil?

schil betekent: (meestal makkelijk te vervormen) buitenlaag van bepaalde vruchten of knollen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (meestal makkelijk te vervormen) buitenlaag van bepaalde vruchten of knollen
  2. shell
  3. elektronenschil

Voorbeelden van "schil" in een zin

  • Een appel met schil eten kan geen kwaad als het fruit goed gespoeld wordt.
  • Met Windows werd bovenop DOS een grafische schil geplaatst.

Betekenis en uitleg van schil

Een schil is de buitenste laag van een vrucht, groente of andere natuurlijke producten, die vaak een beschermende functie heeft. Denk bijvoorbeeld aan de schil van een appel of de schil van een ei, die beide de inhoud beschermen tegen invloeden van buitenaf.

Het woord 'schil' wordt vaak gebruikt in de context van voedsel, vooral wanneer we het hebben over het bereiden of consumeren van fruit en groenten. In sommige gevallen kan het ook een figuurlijke betekenis hebben, zoals in 'een schil van de waarheid', wat aangeeft dat er meer onder de oppervlakte ligt. Het is handig om te weten wanneer je iets moet schillen voor gebruik, omdat de schil soms niet eetbaar is.

Voorbeelden

  • Voordat ik de appel op eet, moet ik de schil eraf halen omdat ik die niet lekker vind.
  • De schil van de aardappel bevat veel voedingsstoffen, dus ik probeer hem altijd met schil te koken.
  • In de biologie leren we dat de schil van een ei belangrijk is voor de bescherming van het embryo.

Woordoorsprong

Het woord 'schil' komt van het Oudnederlands 'scil', dat ook 'buitenste laag' betekent. Het is verwant aan andere Germaanse woorden die vergelijkbare betekenissen hebben.

Veelgestelde vragen over schil

Wat is de betekenis van schil?

schil betekent: (meestal makkelijk te vervormen) buitenlaag van bepaalde vruchten of knollen

Hoeveel betekenissen heeft schil?

schil heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft schil?

schil is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je schil in een zin?

Voorbeeld: “Een appel met schil eten kan geen kwaad als het fruit goed gespoeld wordt.

Etymologie

* In de betekenis van ‘buitenste bekleding van een vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Vertalingen

Engelsrind, peel
Franspelure, épluchure
DuitsRinde, Schale
Spaanscáscara
Italiaansbuccia
Portugeescasca
Poolsskórka, łupina