schilder
mannelijk (de)/ˈsxɪldər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (kunst) een kunstenaar die geschilderde afbeeldingen maaktDat hij een goede schilder was, wist hij.Wie kijkt er naar wie? De schilder naar de koning en koningin; de koning en koningin in een spiegel naar zichzelf; de kijker naar de koning en koningin in de spiegel; de kijker naar de schilder; de schilder naar de kijker, de kijker naar het prinsesje, de kijker naar de hofdames? Welkom in het spiegellabyrint van het menselijk leven.
- (beroep) een handwerksman die huizen schildert
Etymologie
* Afgeleid van schild . Ter herkenning werd op een schild vroeger het wapen van de drager afgebeeld; degene die deze afbeelding aanbracht heette de schilder.
Vertalingen
Engelspainter, painter
Franspeintre
DuitsMaler, Maler
Spaanspintor, pintor
Italiaanspittore, pittrice
Portugeespintor, pintora
Russischхудожник
Poolsmalarz, malarka, malarz
Zweedskonstnär
Deensmaler, kunstmaler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek