schildpad

/ˈsxɪltpɑt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reptielen (f)/(m) (reptielen) orde van reptielen waarvan het voornaamste kenmerk is dat het lichaam omsloten wordt door een verhard rug- en buikschild
    Welke soorten schildpadden zijn er?
  2. materiaalkunde (n) (materiaalkunde) een materiaal dat ter decoratie gebruikt in onder andere sieraden en meubelen, afkomstig van het schild van bepaalde schildpadden
    Er bestaan een aantal schildpadsoorten [...]; maar tot op den tegewoordigen tijd is slechts ééne soort bekend, welke het schildpad, de horenachtige zelfstandigheid, welke veel tot sieraad gebruikt wordt, oplevert en deze soort is de zoogenaamde Caretschildpad, of de Testudo Imbriaota der natuurkundigen.blz 255 Het Nederlandsch magazijn Volume 3, 1839

Etymologie

* In de betekenis van ‘schildpadachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1611

Vertalingen

Engelsturtle, tortoise
Franstortue
DuitsSchildkröte
Spaanstortuga
Italiaanstartaruga
Zweedssköldpadda
Deensskildpadde