schillen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) de schil van een vrucht verwijderenVergeet je de aardappels niet te schillen?
Etymologie
* In de betekenis van ‘van de schil ontdoen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelspeel
Franséplucher, peler
Duitsschälen
Spaanspelar, mondar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek