schimpscheut

mannelijk (de)/ˈsxɪmpsxøt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hatelijke (verdekte) toespeling

Etymologie

* In de betekenis van ‘hatelijke toespeling’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Engelssneer, gibe
Franspique, vanne