schipbreuk
mannelijk/vrouwelijk (de)/sxɪbrøk/
Wat is de betekenis van schipbreuk?
schipbreuk betekent: een gebeurtenis waarbij een schip zinkt of op de klippen loopt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een gebeurtenis waarbij een schip zinkt of op de klippen loopt
- (figuurlijk) falen, mislukking, ondergang
Voorbeelden van "schipbreuk" in een zin
- De Poolse vloot leed schipbreuk.
- Schipbreuk van de beschaving.
Vertalingen
Engelsshipwreck
Fransnaufrage
DuitsSchiffbruch
Spaansnaufragio, zozobra
Portugeesnaufrágio
Russischкораблекрушение
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek