schipperstrui
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsxɪpərsˌtrœy/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- blauwe, wollen trui met een halflange rits aan de voorzijdeDe kleurrijke Almelose rechter Poem Derks sloot zijn laatste zitting vanmiddag passend af. De Oldenzaler, die eerder deze maand 70 jaar werd en daarom moest stoppen, trok aan het slot zijn zwarte toga met witte bef uit. Daaronder droeg hij een witte schipperstrui met gevlochten kabelbanen en een marinejas.Vrijwel nergens is het zo veilig als in Nederland, zegt Ralf Bodelier in zijn grijze schipperstrui. Met de zachte G die onlosmakelijk is verbonden met iemand uit het Zuid-Limburgse Vaals. “Toen ik op de middelbare school zat, gingen leerlingen vrijwel dagelijks met elkaar op de vuist. Mijn kinderen zitten met de halve wereld in de klas. Er gebeurt bijna nooit iets. Als er al wordt gevochten, dan stuurt de directie de ouders een excuusbrief.”
Vertalingen
Engelssailor's jersey
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek