schizofreen
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌsxitsoˈfren/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) iemand die lijdt aan schizofrenieDe beroemde schilder van heel bizarre kleurrijke schilderijen was een schizofreen.
- horend bij schizofrenie en een schizofreen
- bizar, vreemd, raar
Etymologie
*van "schizophren", gevorm uit "σχίζω" (schizo) en "φρενός" (frenós) "gespleten geest"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek