schizofreen

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌsxitsoˈfren/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die lijdt aan schizofrenie
    De beroemde schilder van heel bizarre kleurrijke schilderijen was een schizofreen.
  2. horend bij schizofrenie en een schizofreen
  3. bizar, vreemd, raar

Etymologie

*van "schizophren", gevorm uit "σχίζω" (schizo) en "φρενός" (frenós) "gespleten geest"