schizofrenie
Wat is de betekenis van schizofrenie?
schizofrenie betekent: (psychologie) chronische geestesziekte met perioden van verwardheid en psychose
Betekenis
- (psychologie) chronische geestesziekte met perioden van verwardheid en psychose
Voorbeelden van "schizofrenie" in een zin
- Hij heeft al twee behandelingen gehad voor zijn schizofrenie.
Betekenis en uitleg van schizofrenie
Schizofrenie is een complexe geestelijke aandoening die invloed heeft op hoe iemand denkt, voelt en zich gedraagt. Mensen met schizofrenie kunnen last hebben van verstoorde waarnemingen van de werkelijkheid, wat zich kan uiten in hallucinaties of wanen.
Het woord wordt vaak gebruikt in de context van geestelijke gezondheidszorg en kan zowel medisch als informeel worden gebruikt. Schizofrenie komt meestal voor in de vroege volwassenheid en kan een grote impact hebben op het dagelijks leven van de betrokken persoon en hun omgeving. Het is belangrijk om te begrijpen dat het niet hetzelfde is als een 'split personality', zoals vaak ten onrechte wordt gedacht.
Voorbeelden
- Na jaren van worsteling met zijn aandoening kreeg hij eindelijk de diagnose schizofrenie en kon hij gerichte hulp zoeken.
- De film gaf een indringend beeld van hoe leven met schizofrenie kan zijn en de uitdagingen die de personages tegenkwamen.
- Zij vertelde over haar ervaringen met schizofrenie, waarbij ze soms stemmen hoorde die haar vertelden wat ze moest doen.
Woordoorsprong
Het woord 'schizofrenie' is afgeleid van het Griekse 'schizo' (scheiden) en 'phren' (geest), wat samen de betekenis 'gescheiden geest' impliceert.
Veelgestelde vragen over schizofrenie
Wat is de betekenis van schizofrenie?
schizofrenie betekent: (psychologie) chronische geestesziekte met perioden van verwardheid en psychose
Welk woordgeslacht heeft schizofrenie?
schizofrenie is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je schizofrenie in een zin?
Voorbeeld: “Hij heeft al twee behandelingen gehad voor zijn schizofrenie.”
Etymologie
* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘gespletenheid in de persoonlijkheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1930