schobberdebonk
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bedelaar, klaploper
Etymologie
* Onzeker; mogelijk een samenstelling van schobber, dan wel van het werkwoord schobben, en bonk [3] ("kerel")
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek