schokbreker

mannelijk (de)/ˈsxɔɡbrekər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. apparaat dat de werking van een veer dempt
    Samen met zijn maat uit Buurse gold de coureur die dit jaar nationaal crosskampioen in de Twinshock-klasse werd - "nostalgische motoren met dubbele schokbrekers, luchtgekoelde motor en ouderwetse trommelremmen" - als een van de grote kanshebbers. Tubantia 29-10-2007
  2. alles wat besluitvorming trager en stroperiger maakt
    Door het referendum uit te roepen heeft voormalig premier David Cameron ­alle schokbrekers uitgeschakeld. Brexiteers konden bijgevolg op volle kracht vooruit, ongeremd door beoordelingen over de impact, analyses of trucjes die bedenktijd hadden toegestaan. de Standaard DINSDAG 12 SEPTEMBER 2017

Vertalingen

Engelsshock absorber