schollevaar
mannelijk (de)/ˈsxɔləˌvar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gentachtigen) pelikaanachtige en visetende zwarte watervogel van het geslacht die na een duik zijn vleugels moet laten drogen
Etymologie
*van Middelnederlands "schollevaer": samenstelling van schorb/schorf "schrapen" en aern/aren, "arend"; in de betekenis van ‘pelikaanachtige’ aangetroffen vanaf 1287
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek