schoonmaak
mannelijk (de)/ˈsxomak/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- activiteit waarbij iets grondig wordt gereinigd
- (pregnant) reiniging van een vertrek of gebouw
Etymologie
*: "schoonmaken" zonder de uitgang -en
Vertalingen
Fransnettoyage
Spaanslimpieza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek