schoonmoeder

vrouwelijk (de)/ˈsxonmudər/

Wat is de betekenis van schoonmoeder?

schoonmoeder betekent: (familie) de moeder van de huwelijkspartner

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) de moeder van de huwelijkspartner

Voorbeelden van "schoonmoeder" in een zin

  • Ik wist niet wat ik tegen mijn schoonmoeder moest zeggen, hoe ik haar mijn nederlaag kon bekennen.
  • Als ik niet door mijn schoonmoeder mee op reis was gevraagd, had ik deze confrontatie waarschijnlijk nog dagen voor me uit kunnen schuiven, maar nu ontkom ik er niet aan.

Betekenis en uitleg van schoonmoeder

Een schoonmoeder is de moeder van je partner. Dit kan zowel een positieve als een uitdagende relatie zijn, afhankelijk van de dynamiek binnen de familie.

Het woord wordt vaak gebruikt in de context van relaties en familiebanden. Schoonmoeders kunnen een belangrijke rol spelen in het leven van een stel, maar soms kunnen er ook spanningen ontstaan. De term wordt vaak gebruikt in gesprekken over familiewaarden, tradities en de uitdagingen van samenlevingen.

Voorbeelden

  • Na een lange dag was ik blij dat mijn schoonmoeder kwam helpen met de kinderen.
  • Tijdens het familiediner maakten we grapjes over hoe schoonmoeders soms bemoeizuchtig kunnen zijn.
  • Mijn schoonmoeder heeft altijd geweldige recepten die ze met ons deelt tijdens de feestdagen.

Woordoorsprong

Het woord 'schoonmoeder' komt van 'schoon', dat 'mooi' of 'goed' betekent, en 'moeder', wat de vrouwelijke ouder aanduidt. De samenvoeging weerspiegelt de relatie tussen een vrouw en de moeder van haar partner.

Veelgestelde vragen over schoonmoeder

Wat is de betekenis van schoonmoeder?

schoonmoeder betekent: (familie) de moeder van de huwelijkspartner

Welk woordgeslacht heeft schoonmoeder?

schoonmoeder is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van schoonmoeder?

Synoniemen van schoonmoeder zijn: schoonmama.

Hoe gebruik je schoonmoeder in een zin?

Voorbeeld: “Ik wist niet wat ik tegen mijn schoonmoeder moest zeggen, hoe ik haar mijn nederlaag kon bekennen.

Etymologie

*afgeleid van moeder

Vertalingen

Engelsmother-in-law
Fransbelle-mère
DuitsSchwiegermutter
Spaanssuegra
Italiaanssuocera
Portugeessogra
Russischсвекровь, тёща
Turkskaynana
Poolsteściowa
Zweedssvärmor