schoonmoeder
vrouwelijk (de)/ˈsxonmudər/
Wat is de betekenis van schoonmoeder?
schoonmoeder betekent: (familie) de moeder van de huwelijkspartner
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) de moeder van de huwelijkspartner
Voorbeelden van "schoonmoeder" in een zin
- Ik wist niet wat ik tegen mijn schoonmoeder moest zeggen, hoe ik haar mijn nederlaag kon bekennen.
- Als ik niet door mijn schoonmoeder mee op reis was gevraagd, had ik deze confrontatie waarschijnlijk nog dagen voor me uit kunnen schuiven, maar nu ontkom ik er niet aan.
Etymologie
*afgeleid van moeder
Vertalingen
Engelsmother-in-law
Fransbelle-mère
DuitsSchwiegermutter
Spaanssuegra
Italiaanssuocera
Portugeessogra
Russischсвекровь, тёща
Turkskaynana
Poolsteściowa
Zweedssvärmor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek