schorheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het krassende manier waarop iemand praat die schor is
    Charlotte liet zich onlangs onderzoeken door een KNO-arts omdat ze al tijden last had van schorheid. Ze dacht in eerste instantie aan een hevige verkoudheid, maar niets is minder waar. De zangeres heeft twee knobbeltje sop haar stembanden. de Telegraaf KEN KLAVER 24 dec. 2012 [https://www.telegraaf.nl/entertainment/1222714/charlotte-ten-brink-moet-stemrust-houden Charlotte ten Brink moet stemrust houden]
    Strijdbaar tot zijn dood. Zelfs tussen de chemokuren door was Hein Verbruggen kortgeleden nog aanspreekbaar over bestuurlijke sportzaken. Vanaf zijn ziekbed in Leuven was hij vanwege schorheid amper te verstaan, maar hij sprak. Omdat Verbruggen vond dat zijn mening gehoord moest worden. Niet omdat hij zichzelf zo belangrijk vond, maar in het belang van de sport. de Standaard 14/06/2017 door Henk Stouwdam [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170614_02924896 Tot aan zijn dood zette hij zich in voor de sport]

Etymologie

* afleiding van schor

Vertalingen

Engelsthroatiness, hoarseness, raspiness