schorpioenvlieg

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌsxɔrpiˈjuɱvlix/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor insecten uit de orde , waarbij de mond in een uitsteeksel aan de kop zit
    Zoals wel meer het geval is in de biologie, is de naam van de sneeuwvlo slecht gekozen: het diertje is namelijk geen vlo maar een schorpioenvlieg.
  2. pregnant (pregnant) benaming voor insecten uit de familie
    Andere insecten blijven plakken aan spinrag, maar de schorpioenvlieg niet.

Etymologie

*, vanwege mannetjes die net als schorpioenen een gekromde stekel op hun staart hebben