schorpioenvlieg
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌsxɔrpiˈjuɱvlix/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) benaming voor insecten uit de orde , waarbij de mond in een uitsteeksel aan de kop zitZoals wel meer het geval is in de biologie, is de naam van de sneeuwvlo slecht gekozen: het diertje is namelijk geen vlo maar een schorpioenvlieg.
- (pregnant) benaming voor insecten uit de familieAndere insecten blijven plakken aan spinrag, maar de schorpioenvlieg niet.
Etymologie
*, vanwege mannetjes die net als schorpioenen een gekromde stekel op hun staart hebben
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek