schorsen
/ˈsxɔrsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) voorlopig of tijdelijk verbieden een functie uit te voerenHij werd geschorst voor twee weken.
- (ov) (een vergadering of rechtszitting) tijdelijk onderbrekenHet beraad is geschorst tot woensdagmiddag, volgens vice-premier Remkes uit piëteit voor de koninklijke familie.
Etymologie
*: "schors" met de uitgang -en
Vertalingen
Engelspostpone, postpone
Franssuspendre, suspendre
Duitssuspendieren, sperren, unterbrechen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek