schouwburg

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, toneel (bouwkunde), (toneel) een gebouw voor het vertonen en bijwonen van voorstellingen, optredens en performances
    De schouwburg gaf ruimte voor theatervoorstellingen, cabaretiers, muziekuitvoeringen en meer.
    Ze kan alleen maar hopen dat ze kaartjes voor de schouwburg voor haar hebben gekocht, zodat ze Rebecca Bosman weer kan zien spelen.
    Dat viel ook wel te verwachten, want haar vader moet zo naar zijn werk als voc-klerk en haar tante houdt niet van de schouwburg.

Etymologie

* In de betekenis van ‘theater’ voor het eerst aangetroffen in 1637

Vertalingen

Engelstheatre
DuitsSchauspielhaus, Theater