schrap

mannelijk/vrouwelijk (de)/sxrɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een beschadiging van een oppervlak gemaakt door de beweging van een scherp voorwerp erover
    Hij had wat schrappen en blauwe plekken, maar verder niet.
  2. een streep gezet door iets
    Hij had er een schrap doorheen gezet die niet meer uit te stuffen was.
  3. een schuine streep (/), wat een leesteken is, en in computerterminologie ook (forward) slash, wat een scheidingsteken of operator is.
    De streep tussen 'ja/nee' heet een schrap of schuine streep.

Etymologie

* In de betekenis van ‘inkrassing’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573