schreeuw
mannelijk (de)/sxrew/
Wat is de betekenis van schreeuw?
schreeuw betekent: een luide (uit)roep, vaak geassocieerd met angst, pijn, schrik of woede
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een luide (uit)roep, vaak geassocieerd met angst, pijn, schrik of woede
Voorbeelden van "schreeuw" in een zin
- Hij gaf een schreeuw van pijn toen hij door de vallende steen geraakt werd.
- Maar Quick ging niet weg en ik moest mijn tsunami van gillen die ik op het plein wilde loslaten inhouden, een schreeuw van blijdschap die zo luid zou zijn dat hij over de daken helemaal tot aan de kust van Kent zou reizen.
- Was het een nachtelijke wake om haar broer terug te roepen? Waarom, terwijl hij de reden van haar vernedering was? Olive herinnerde zich Teresa's schreeuw van woede op het dorpsplein, haar blik van onmacht, haar angst toen Gregorio haar beetgreep.
Vertalingen
Engelsscream
Franscri
Spaansalarido, grito
Poolskrzyk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek