Schrift

onzijdig (het)/sxrɪft/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dun boekje met lege bladzijden om in te schrijven
    Hij zat wat geometrische figuren in zijn schrift te krabbelen.
    Op een tafel bij de ingang ligt een schrift dat dienstdoet als een gastenboek.
    'Heeft u nog een schrift van vorig jaar? Met de verhaaltjes van de mensen van dat jaar?' 'Nee, helaas.
  2. manier van schrijven
    Zijn zwierige schrift bleef maar voor mijn ogen dansen.
  3. taalkunde (taalkunde) de letter- en cijfertekens van een taal
  4. lettersoort gebruikt in boeken, teksten en inscripties

Etymologie

*via Middelnederlands """ / "scrift" en Oudnederlands "skrift" van Latijn "scriptum", in de betekenis van ‘het schrijven, het geschrevene’ aangetroffen vanaf 1100

Uitdrukkingen

  • [3] iets op schrift stellen

Vertalingen

Engelsscript
Franscahier, écrit, écriture
DuitsHeft, Schrift, Schrift
Spaanscuaderno, escritura, escritura
Italiaansscrittura
Portugeesletra
Turksdefter
Zweedsskrift