Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

schubvleugeligen

/ˈsxupfløɣələɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor de orde , nectar etende insecten gekenmerkt door vier vaak gekleurde vleugels die met heel kleine schubben zijn bedekt, zuigende monddelen met een oprolbare tong en een rupsachtige larve die zich destructief voedt met planten
    Tot die orde behoren bijna 160.000 ‘schubvleugeligen’ – ruim driekwart daarvan bestaat uit nachtvlindersoorten.

Etymologie

*[2] leenvertaling van de wetenschappelijke benaming , gevormd uit "λεπίς" (lepís) "schub" en "πτερά" (pterá) "vleugels"