schuifwand

mannelijk (de)/ˈsxœyfwɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wanden die verschoven kunnen worden zodat een ruimte in verschillende aparte ruimtes kan worden verdeeld of dat juist verschillende ruimtes kunnen worden samengevoegd tot een grotere
    Het altaar werd een zeer open en toegankelijke plek, en met schuifwanden konden extra ruimtes aan de kerkzaal worden toegevoegd.