schuitje
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (werktuigbouwkunde) houdertje voor de schietspoel in een weef-of naaimachine
Uitdrukkingen
- In hetzelfde schuitje varen/zitten — Gezamenlijk in dezelfde (vaak ongunstige) omstandigheden verkeren, hetzelfde lot ondergaan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek