schuiven

/ˈsxœyvə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) over de grond verplaatsen
    Hij schoof de doos in de richting van de deur.
    Gaandeweg krijgt haar taak een puur fysiek karakter, grote vierkante vrachtpakketten heen en weer schuiven in een 3D-puzzel.
    Soms zouden ze als ze naar de aarde kijken bijna alles wat ze weten terzijde willen schuiven en in plaats daarvan geloven dat deze planeet het middelpunt van alles is.

Etymologie

* In de betekenis van ‘voortbewegen zonder op te tillen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Vertalingen

Engelsshove, slide
Duitsschieben
Spaansdeslizarse, hacer deslizar