schuw

/ˈsxyu/

Wat is de betekenis van schuw?

schuw betekent: geneigd om bepaalde zaken te vermijden

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. geneigd om bepaalde zaken te vermijden
  2. geneigd te vluchten
  3. bang
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuwen
  2. gebiedende wijs van schuwen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuwen

Voorbeelden van "schuw" in een zin

  • Ik schuw.
  • Schuw!
  • Schuw je?