schuw
/ˈsxyu/
Wat is de betekenis van schuw?
schuw betekent: geneigd om bepaalde zaken te vermijden
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- geneigd om bepaalde zaken te vermijden
- geneigd te vluchten
- bang
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuwen
- gebiedende wijs van schuwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuwen
Voorbeelden van "schuw" in een zin
- Ik schuw.
- Schuw!
- Schuw je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek