scooter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) motorrijtuig met twee kleine, brede wielen en een lage treeplankDe tweetaktscooter is een nog grotere vuilspuiter dan gedacht. Scooters met dit ouderwetse type motor - herkenbaar aan het knetterende geluid - zijn tot duizenden malen vuiler dan een moderne bestelbus. Een ban op tweetakt zou in stedelijke gebieden lokaal tot een enorme verbetering van de luchtkwaliteit kunnen leiden, blijkt uit een studie in Nature. [http://www.volkskrant.nl/wetenschap/tweetaktscooter-nog-grotere-vervuiler-dan-gedacht~a3654566/ www.volkskrant.nl]
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tweewielig motorvoertuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1951
Vertalingen
Spaansescúter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek