scout
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- algemene naam voor leden van de scoutingBevers, welpen, scouts en exporers zijn allemaal scouts.
- een speltak bij scouting waarvan de leden tussen de 11 en 16 jaar oud zijn.
- iemand die zoekt naar talentvolle kandidaten voor een functie
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘padvinder’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek