scout

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. algemene naam voor leden van de scouting
    Bevers, welpen, scouts en exporers zijn allemaal scouts.
  2. een speltak bij scouting waarvan de leden tussen de 11 en 16 jaar oud zijn.
  3. iemand die zoekt naar talentvolle kandidaten voor een functie

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘padvinder’ voor het eerst aangetroffen in 1912