secans

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsekɑns/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) omgekeerde van de cosinus: bij een scherpe hoek in een rechthoekige driehoek de lengte van de schuine zijde gedeeld door de aanliggende zijde
    Aboe-I-Wafa (940-998), die zijn kennis der trigonometrie gebruikte om (sexagesimale) sinustabellen voor intervallen van 15' samen te stellen, met waarden tot in acht decimalen nauwkeurig. Hij werkte ook met tangenten en voerde in studies over zonnewijzers de secans en de cosecans in.
  2. meetkunde, verouderd (meetkunde) (verouderd) lijn die een kromme op twee punten snijdt
    {{ouds|1935/46

Etymologie

*van Latijn "secans" onvoltooid deelwoord van "secare" "snijden", dus: "snijdende", in de betekenis "rechte lijn die kromme snijdt" aangetroffen vanaf 1856

Vertalingen

DuitsSekante, Sekante