security

vrouwelijk (de)/siˈkjurəˌti/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep mensen die binnen een organisatie zorgen voor bewaking tegen boosdoeners
    Mannen met een bordje security op hun borst hebben alle deuren afgesloten.
  2. plaats waar wordt gecontroleerd dat mensen geen wapens of andere gevaarlijke spullen meenemen
    Die meneer is net als u en ik gewoon door de security gegaan. Laten we alsjeblieft niet paranoïde worden, zeg!

Etymologie

*leenwoord van "security" "beveiligingsdienst"