senioriteit
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- anciënniteit
- door levens- en werkervaring verworven overwicht
Etymologie
*afgeleid van senior
Vertalingen
Engelsseniority
Fransséniorité, ancienneté
Spaansancianidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek