Servet

onzijdig (het)/sɛrˈvɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een doek die men aan tafel gebruikt om er de mond en vingers mee af te vegen
    Er lagen een aantal papieren servetten op de toonbank bij de snackbar.
    David Hockney zet zijn tanden in een Double Smash Burger met gekarameliseerde uien en gerookte cheddar. Zijn twee gehoorapparaten heeft hij naast zijn bord gelegd, op zijn schoot ligt een zorgvuldig gevouwen servet. de Volkskrant John Schoorl25 februari 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/81-jarige-kunstenaar-david-hockney-woont-in-los-angeles-met-zijn-entourage-en-komt-de-dag-door-met-heel-veel-sigaretten-maar-zonder-alcohol~b394910a/ 81-jarige kunstenaar David Hockney woont in Los Angeles met zijn entourage en komt de dag door met heel veel sigaretten, maar zonder alcohol]

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tafeldoekje’ voor het eerst aangetroffen in 1551

Uitdrukkingen

  • Te klein voor een tafellaken en te groot voor een servet
  • Tussen servet en tafellaken zijnniet bij de kleintjes maar ook niet bij de groten horen

Vertalingen

Engelsnapkin
Fransserviette
DuitsServiette
Spaansservilleta
Italiaanstovagliolo
Portugeesguardanapo
Russischсалфетка
Chinees餐巾
Japansナプキン
Koreaans냅킨
Arabischمنديل
Turkspeçete
Zweedsservett