service
mannelijk (de)/ˈsʏːrvɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (horeca) bediening, diensten ten behoeve van de klantenDe service in dit hotel is erg goed.
- (sport) het de lucht inspelen van de bal om deze zo in het spel te brengenDe tegenstander liet de bal uitgaan en zo kreeg hij de service.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bediening’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Vertalingen
Engelsservice
DuitsDienst, Service
Spaansservicio, asistencia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek