serviesgoed

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verzamelnaam voor alle eetgerei, uitgezonderd het bestek, dat van porselein, aardewerk of een ander materiaal is gemaakt
    De afgelopen tijd vonden onderzoekers honderden munten, loden kogels en serviesgoed. Ook is inmiddels een houten waterput blootgelegd en zijn er stookplaatsen ontdekt.
    De Staat beheert de ruim 3700 kunstobjecten die na de oorlog door de geallieerden zijn teruggebracht naar Nederland. Het gaat om schilderijen, tekeningen, meubelen, serviesgoed en tapijten.
    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) adviseert om serviesgoed dat is gemaakt van bamboe met melaminekunststof, zoals koffiebekers en kommen, niet meer te gebruiken.

Vertalingen

Engelscrockery