servieskast
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kast voor het opbergen en het tonen van borden, schalen en ander (sier)aardewerkAchter de kapotte ramen zag ik een omgevallen servieskast op het tapijt liggen. Er lagen scherven door de kamer verspreid. In de hoek, onder het kleine raam aan de achterzijde van het huis, lag een kroonluchter. {{Aut|Sandes, DavidWe woonden hiervoor in een wevershuisje in Tilburg en ook ons huidige huis ademt historie. De houten balken, de hout- en gaskachels en de ouderwetse bedstee. Die wordt nu gebruikt als servieskast.’’ Tubantia Laurien van Ulzen 14-oktober-2017
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek