shilling
mannelijk (de)/ˈʃɪlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (numismatiek) munt met een waarde gelijk aan het twintigste deel van een pond sterlingDe shilling is in Groot-Brittanië met de invoering van het decimale stelsel in 1970 afgeschaft.
- (financieel) benaming voor de verschillende munteenheden gebruikt in Kenia, Oeganda, Somalië en Tanzania; Afrikaanse landen die vroeger tot het Britse rijk behoorden
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘oude Engelse munt, munteenheid van Oeganda, Kenia en Somalië’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Vertalingen
Engelsshilling
Spaanschelín
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek