shirt

onzijdig (het)/ʃʏːrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een hemdachtig kledingstuk voor het bovenlijf dat soms de armen deels ontbloot laat
    Hij stond daar in z'n shirtje in de kou.
    Binnen de kortste keren was mijn shirt compleet doorweekt van het zweet.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hemd’ voor het eerst aangetroffen in 1913

Vertalingen

Engelsshirt
Franschemise
DuitsShirt
Spaanscamisa, camiseta