show

mannelijk (de)/ʃoʊ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onderhoudende presentatie.
    Hij maakte er een hele show van.
  2. uitvoering van een (klein)kunstwerk
    De nieuwe show van de cabaretier was veel beter dan zijn vorige.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels. In de betekenis van ‘voorstelling, tentoonstelling’ voor het eerst aangetroffen in 1912

Vertalingen

Spaansespectáculo, exhibición