show
mannelijk (de)/ʃoʊ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een onderhoudende presentatie.Hij maakte er een hele show van.
- uitvoering van een (klein)kunstwerkDe nieuwe show van de cabaretier was veel beter dan zijn vorige.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels. In de betekenis van ‘voorstelling, tentoonstelling’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Vertalingen
Spaansespectáculo, exhibición
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek