sierboom

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een boom met een mooi uiterlijk maar geen praktisch nut heeft
    Honderd jaar geleden begon de tuinbouwmaatschappij een kwekerij van heesters, sierbomen en fruit. Dit laatste werd vanaf 1902 verwerkt in een kleine vruchtensapfabriek.Volkskrant Jacomijn de Raad 17 augustus 1999
    Wat wonen betreft heb ik geen zorgen; steeds meer mensen willen weg uit de stress.'Dankert legt uit dat de regio een tweede migratiegolf uit Zuid-Holland verwacht, vijf eeuwen na de eerste, en deze keer van agrariërs. 'Het land hier is uitermate geschikt voor intensieve teelten van vollegronds groenten in de open lucht, voor sierbomen en voor glastuinbouw.Volkskrant WIO JOUSTRA 21 januari 1997

Vertalingen

Engelsornamental tree