sik
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dun puntig baardje, geitenbaardHij droeg een raar sikje en een snor.
Etymologie
* In de betekenis van ‘geit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1773
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek